MICROALGEN IN VLEESKUIKENVOEDER: BEPERKTE INMENGING BLIJKT MOGELIJK
Microalgen bevatten eiwitten van hoge kwaliteit en met een gunstig aminozuurprofiel. Daarnaast bevatten ze ook bioactieve componenten die de gezondheid van vleeskuikens ten goede kunnen komen. Goede redenen alvast om de mogelijkheden ervan als alternatieve eiwitbron of additief in vleeskuikenvoeder te onderzoeken. Uit de proeven van het GeneBEcon-project blijkt dat er mogelijkheden zijn voor inmenging van de microalg Chlorella vulgaris in vleeskuikenvoeder, maar dat de in te mengen hoeveelheden beperkt moeten blijven.
Doelstelling GeneBEcon
In het Horizon Europe traject GeneBEcon is een van de paden die gevolgd werd het verhogen van de productie van luteïne in microalgen. Luteïne is een carotenoïde dat een positief effect heeft op de ogen en het zicht en mogelijk leeftijdsgebonden slechtziendheid kan vertragen. In het kader van een circulaire en zero-waste aanpak werd onderzocht of inmenging van reststromen van dit productieproces mogelijk is in vleeskuikenvoeder.
Dubbele functie microalgen
Het potentieel van microalgen, en dan specifiek van microalg Chlorella vulgaris, in vleeskuikenvoeder lijkt immers tweeledig. Enerzijds bevat C. vulgaris eiwitten van hoge kwaliteit met een gunstig aminozuurprofiel waardoor de mogelijkheid om deze te gebruiken als alternatieve eiwitbron in vleeskuikenvoeder overwogen kan worden. Daarnaast bevat deze microalg ook een aantal bioactieve componenten zoals polyonverzadigde vetzuren (PUFA’s) en antioxidanten die de gezondheid van het vleeskuiken ten goede kunnen komen.

In de mariene afdeling van ILVO in Oostende kunnen autotrofe microalgen geproduceerd worden in fotoreactoren met verschillende soorten licht (kleur = golflengte; intensiteit)
Celwand spelbreker?
Om te kunnen genieten van deze voordelen, moet wel eerst de stugge celwand van C. vulgaris ‘gebroken’ worden want deze zorgt voor een slechte verteerbaarheid van de microalgen door kippen. Twee technieken werden getest om deze celwand te verstoren, nl. de ‘pulsed electric field (PEF)-techniek’ en invriezen (als poeder of opgelost in water). Deze technieken werden toegepast op zowel autotrofe als heterotrofe microalgen. Autotrofe microalgen groeien door een combinatie van licht en CO2 (en doen aan fotosynthese)(zie foto), terwijl heterotrofe microalgen op organisch materiaal (nutriënten/suikers) groeien in afgesloten fermentoren. Door deze andere manier van kweken, krijgen de microalgen ook een andere samenstelling.
Succesvolle PEF
De PEF-behandeling kwam als duidelijke winnaar uit de test. Bij zo’n 84% van de heterotrofe en 79% van de autotrofe C.vulgaris werd de celwand geperforeerd. De nutriëntensamenstelling werd hierbij niet gewijzigd waardoor PEF als een succesvolle techniek kan beschouwd worden in dit verhaal. Het invriezen bleek minder succesvol en zorgde bij slechts 4 tot 12% van de C.vulgaris voor een verstoring van de celwand.
Additief
Het effect van het toevoegen van C.vulgaris als additief op de verteerbaarheid van diverse parameters zoals ruw eiwit en ruw vet werd in een volgende vleeskuikenproef bestudeerd. Naast het controlevoeder werden hiervoor testvoeders geformuleerd met resp. 1%, 2% of 5% C.vulgaris erin. De verteerbaarheid van ruw eiwit en ruw vet waren iets verlaagd t.o.v. het controlevoeder, maar zeker bij de lage inmengingspercentages (tot 2%) was dit effect zeer beperkt. Verder was ook te zien dat er een hogere verteerbaarheid was bij autotrofe C.vulgaris in vergelijking met de heterotrofe variant, en dat deze nog verbeterde bij de PEF-behandelde versie.
Gezondheidseffect
In een nieuwe proef werd autotrofe C. vulgaris ingemengd in het vleeskuikenvoeder, en dit in stapsgewijze concentraties (telkens +0,25%) van 0 tot 2%. De Ross308-vleeskuikens ondergingen een coccidiose-challenge op dag 11. Er werden geen significante effecten gedetecteerd voor groei, voederopname of voederconversie en er werden geen verschillen gezien in darmstructuur (villi-lengte; crypt-diepte).
In het bloedplasma was wel een trend te zien in de antioxidantencapaciteit waarbij stijgende niveaus werden waargenomen bij een toenemend inmengingspercentage van C.vulgaris. Wel zorgde een hoger inmengingspercentage voor een significant hogere viscositeit in de ileale darminhoud; een effect dat ook opgemerkt werd bij de feces in de stal (meer viskeus). Ook opvallend was het kleurverschil bij de hogere inmengingspercentages waarbij een duidelijk gelere kleur te zien was bij de poten en een gelere/rodere kleur bij de borstfilets (zie foto).


Bij hogere inmengingspercentages van C.vulgaris in het vleeskuikenvoeder was een duidelijke verkleuring te zien van zowel pootjes als borstfilets. Links op de foto is de controle (0% inmenging), rechts is de versie met 2% inmenging
Eiwitbron
Om de effecten te testen van microalg C.vulgaris als eiwitbron in vleeskuikenvoeder, werd een proef opgesteld waarin tot maximaal 20% autotrofe C.vulgaris werd ingemengd. Er werden zeven proefvoeders opgesteld met 0% 1%, 2%, 5%, 10%, 15% en 20% ingemengde C.vulgaris. De proef werd in tweevoud uitgevoerd: eenmaal met niet-behandelde en eenmaal met PEF-behandelde microalgen.
Slechtere productieresultaten
De verteerbaarheid van zowel ruw eiwit (fig.1) als ruw vet daalde significant naarmate er meer (onbehandelde) microalgen werden toegevoegd. Een statistisch model bepaalde het kritieke inmengingspercentage waarboven de resultaten een nog drastischere daling kenden. Dit was vanaf 10% inmenging voor ruw eiwit; 12,5% voor ruw vet en 9,3% voor bruto energie. Deze daling in verteerbaarheid was ook aanwezig bij de PEF-behandelde versie maar was minder sterk (zeker bij de hogere inmengingspercentages) wat opnieuw wijst op de verbeterde verteerbaarheid ervan.
De verminderde verteerbaarheid bij de hogere inmengingspercentages kan mogelijk gelinkt worden aan de verhoogde viscositeit van de darminhoud. Er werden ook negatieve effecten gezien voor wat betreft dagelijkse groei en het gewicht van de borstfilets. Ook werden opnieuw kleurverschillen waargenomen in de borstfilets en poten naarmate de inmengingspercentages stegen.
Besluit
De verschillende proeven tonen aan dat er potentieel zit in het gebruik van C.vulgaris als eiwitbron, maar zeker op voorwaarde dat de inmengingspercentages niet boven de 10% stijgen omwille van de negatieve impact op de verteerbaarheid. Het gebruik van C. vulgaris als additief lijkt eenvoudiger, omdat het geen negatieve effecten had op productie of gezondheid in een lager inmengingspercentage (2%). De reststromen zouden dus in beperkte hoeveelheden ingemengd kunnen worden in vleeskuikenvoeder zonder nadelige effecten te veroorzaken.
Auteurs: Karolien Langendries (Pluimveeloket) - Sofie Van Nerom, Evelyne Delezie & Johan Robbens (ILVO)
Publicatiedatum: juli 2025
This project is funded by the European Union under the Grant Agreement no. 101061015